7 augustus 2016

Make-over voor de stationsomgeving van Diest

De Blekerij Diest

De plannen voor de stationsomgeving van Diest kaderen in de algemene doelstellingen voor de provincie. De herwaardering van de stationsomgeving zal de woonkwaliteit van de nieuwe residentiële projecten nog verhogen. In het kader van de nieuwe editie van CORES Magazine spraken we met Katrien Putzeys, Diensthoofd ruimtelijke planning van de Provincie Vlaams-Brabant.

Vanwaar de beslissing om dit gebied te herontwikkelen?
Katrien Putzeys: “De stationsomgeving is het transferpunt bij uitstek voor de openbaarvervoergebruiker van Diest en omgeving. Ze was echter niet mee geëvolueerd met de noden van de hedendaagse reiziger. Ook de relatie tussen het station en het centrum vormde een knelpunt. Vandaar de beslissing om de omgeving te ontwikkelen tot gemengd gebied, met ruimte voor kantoor- en woningprojecten en bedrijvigheid. Studies tonen aan dat het gebied zich perfect leent tot een mix van die functies.”

In welk stadium bevindt de herwaardering zich?
Katrien Putzeys: “Momenteel voeren we een update en uitbreiding van de oorspronkelijke verkeersstudie uit. Dat is nodig omdat het aantal treinreizigers de laatste jaren sterk gestegen is. We willen vermijden dat de wegen in de omgeving van het station dichtslibben én garanderen dat de bussen vlot het station kunnen bereiken. Bovendien voorziet het ruimtelijk masterplan voor de stationsomgeving in Diest ook in een aantal nieuwe functies, waaraan volop gewerkt wordt. Zoals ik zei neemt de fietser een belangrijke plaats in bij de nieuwe plannen. Het Demerpad langs de Demer is daar een voorbeeld van. Ter hoogte van de stationswijk voorzien we ook een brug voor fietsers en voetgangers. Zo ontstaat een route naar het stadscentrum.”

Wat is de meerwaarde van een partner als CORES in deze context?
Katrien Putzeys: “Om te beginnen is het onmogelijk om een herontwikkeling als deze uitsluitend met overheidsmiddelen te realiseren. Als overheid proberen we zoveel mogelijk privéprojecten te faciliteren door een duidelijk ruimtelijk kader aan te bieden (masterplan, RUP, inrichtingsplan). Maar we hebben ook private partners als CORES nodig om samen met ons de stationsomgeving nieuw leven in te blazen. De ontwikkeling van het eerste deel van de stationswijk is hier een mooi voorbeeld van. Dat wordt een heel belangrijke plek in de stationsomgeving. Het kan immers een katalysator vormen voor de ontwikkeling van de rest van de wijk. Zo creëer je win-winsituaties: de gewenste kwalitatieve ruimtelijke ontwikkeling wordt werkelijkheid op het terrein en private ontwikkelaars kunnen vooraf goed de haalbaarheid van hun projectvoorstel inschatten. Een mooi voorbeeld van publiek-private samenwerking, dus!”