25 maart 2022

Jardin G.: nieuwe woon- en groeninvulling voor oude, Gentse industriewijk

Jardin G.
Gent

Het nieuwbouwproject anno 2022 ontpopt zich steeds vaker tot een boeiende en uitdagende evenwichtsoefening. Weg met de eenzijdige inplanting van louter residentiële functies: vandaag is het vinden van de juiste mix van wonen, werken en groen het ultieme streefdoel. Het tilt de woonbeleving naar een hoger niveau. Dat geldt ook voor Jardin G., waar de herwaardering van een fabrieksterrein in Gent leidde tot een bonus voor bewoner, bezoeker én buurt.

De Bloemekenswijk in Gent, waar het nieuwbouwproject Jardin G. momenteel vorm krijgt, kent een kleurrijke voorgeschiedenis. In 1851 stampte de visionaire Gentse arts Guislain er het gelijknamige psychiatrische instituut uit de grond. Vandaag worden er nog steeds patiënten behandeld en kan je bovendien het populaire, ook al gelijknamige museum bezoeken. Tien jaar later gaven de graafwerken van de Verbindingsvaart vlakbij het startschot voor het ontstaan van een dynamische mix van industriële activiteiten met focus op handenarbeid en textiel. Mensen die er werkten, zochten huisvesting in de buurt. Zo ontstond de arbeiderswijk die gaandeweg uitgroeide tot een van de dichtstbevolkte van Gent.

Het is geen toeval dat CORES zijn oog liet vallen op deze site, want het terrein waar vroeger de fabriek stond, bleek over heel wat troeven te beschikken. Bereikbaarheid bijvoorbeeld: de tram met halte om de hoek brengt je binnen het kwartier naar het centrum of naar het station. Verder passeren verschillende fietspaden langs de site en ligt de ring rond Gent binnen handbereik. Maar waar de stad Gent bij reconversies vooral op hamert, is het inblazen van broodnodige zuurstof in al te dense wijken: ruimte voor lucht, groen, spel en fijne ontmoetingsplaatsen wordt stilaan een noodzakelijke voorwaarde. Bouwpromotoren dienen de noden van de wijk in kaart te brengen en die samen te voegen in een kwalitatieve woonomgeving. Het maakt van Jardin G. een schoolvoorbeeld van een ge(s)laagd stadsvernieuwingsproject: op de groene hartklop van een uitgestrekt centraal park wandelt de geschiedenis hier hand in hand met een hedendaags en gevarieerd woningaanbod.

Jardin G.

Wonen én werken

Om de beleidsnota’s van de stad Gent, de behoeften van de buurt en de visie van de bouwpromotor op een eigentijds project met elkaar te verzoenen, ging CORES Development in zee met het Gentse architectenbureau EVR, dat zeker op het vlak van materie al een omvangrijk en succesvol parcours had afgelegd. “In totaal werden zo’n twintig inrichtingsschetsen voorbereid in een wisselwerking met de stad die ruim twee jaar in beslag nam”, vertelt CORES Project Developer Mieke Rens

Jardin G. nam openbaar groen van meet af aan als startpunt om kwalitatief binnengebied te ontwikkelen. Ook de nood aan atelierruimtes kwam bovendrijven: een aspect dat mooi aansluit bij de traditionele, industriële wijkactiviteiten van weleer. “Het idee om verschillende programma’s in een nieuwbouwproject te verweven, vindt in ruimtelijke planning steeds meer ingang”, aldus Mieke Rens. “We aanvaarden niet langer dat mensen de stad enkel nog opzoeken als verblijfplaats en ’s morgens en masse de auto of trein instappen om te gaan werken in een kmo-zone aan de rand van de stad. En aangezien er in de stad voldoende kantoorruimte is, brachten we in Jardin G. wonen en arbeid samen in de vorm van vier ateliers. Die keuze leverde meteen een pittige zoektocht op, want ‘atelier’ is een ruim begrip: hoe geef je dat vorm, welke activiteiten trek je aan of stoot je liever af, in welke mate organiseer je de logistiek errond en hoe beperk je eventuele hinder voor de omwonenden?

EVR architecten tekende een plan uit waar de stad zich volledig kon achter scharen. In het ontwerp positioneren de vier ateliers zich aan de rand van het terrein, waar ze een natuurlijke buffer vormen tussen de tramlijn en het park. Een apart logistiek pleintje weg van het groen, maakt laden en lossen mogelijk zonder ongemak voor de bewoners, terwijl anderzijds een groot raam met deur telkens uitkijkt over het park zodat interactie met de parkbezoekers mogelijk blijft. “De ateliers zijn ideaal als werkruimte voor creatieve ondernemers: een fietsenmaker bijvoorbeeld, of een cateringbedrijfje, een meubelstoffeerder of waarom niet, een kunstenaar. De interesse vanuit de buurt is er al”, aldus Mieke.

Jardin G.

Mobiliteitsscore en E-peil op hoogste niveau

Een historisch pand als inspiratie voor je ontwerp: er zijn slechtere ijkpunten denkbaar aan de tekentafel. De architecten lieten zich bij de ontwikkeling van Jardin G. leiden door het aardse kleurenpalet en enkele karakteristieke detailleringen van het Museum Dr. Guislain, zoals een rond raampje of een arcade boven de deuren. Daarnaast brachten ze in het ontwerp van de 41 appartementen en 8 eengezinswoningen een moderne interpretatie van de typische baksteenarchitectuur van toen, met fijne schakeringen en opvallend groen schrijnwerk voor een frisse actuele toets en een duidelijke herkenbaarheid. 

 

Van een duidelijke architecturale taal naar een duurzame bouwstrategie: het bleek hier maar een kleine stap. De groeiende aandacht voor mens en milieu die ecovriendelijk bouwen tot de onmisbare pijler maakt van elk nieuwbouwproject, vertaalt zich bij Jardin G. op diverse fronten. Zo is er de uitmuntende mobiliteitsscore dankzij de nabijheid van alle mogelijke stedelijke voorzieningen, openbaar vervoer en fietspaden. Dat laatste resulteerde gelijk in ruime fietsstallingen die vlot toegankelijk zijn vanop de begane grond. Vandaag is de volledige fabriekssite verhard. Naast de private tuinen, wordt er ook 2000 m2 publiek groen voorzien, toegankelijk voor toekomstige bewoners én de buurt. Daarnaast landt het project op E-peil 30 dankzij het gebruik van warmtepompen, topkoeling en doorgedreven isolatie, plus hemelwaterrecuperatie voor het doorspoelen van de toiletten. Tot slot maakt het bouwteam gebruik van bakstenen van een lokale producent en wordt het werfverkeer beperkt tot het absolute minimum. Het park als stepping stone ‘Meer groen, meer natuur’.

Dat is de slogan van Atelier Arne Deruyter, waar CORES ging aankloppen voor het design van een biodiverse parktuin. “De komende decennia wacht ons op het vlak van groenaanleg een enorme uitdaging, zeker in het dichtbevolkte Vlaanderen”, legt Arne Deruyter uit. “Ook daar moet de natuur alle kansen krijgen.” In een parktuin kan zowel ruimte gemaakt worden voor beleving – spelen, picknicken, wandelen, een praatje slaan – als voor de natuur zelf, die zich moet kunnen ontwikkelen zonder al te veel menselijke tussenkomst. Om die reden wordt het park van Jardin G. ingedeeld in twee zones: een zone met grasveld en klimbomen en een zone met meer intensieve, dichte natuur en een wadi voor waterinfiltratie.

Arne: “Het is de bedoeling dat de natuur in die tweede zone haar gang mag gaan. Zie het als een stukje groen waar fauna en flora onbelemmerd kunnen gedijen. Zeker in het verlengde van de tramsporen is dat een plus, want sporen vormen routes waarlangs kleine dieren zich verplaatsten in de stad.Jardin G. zal een belangrijke schakel vormen tussen de Wondelgemse Meersen en het natuurreservaat Bourgoyen -Ossemeersen. “Het belang van dergelijke stepping stones mag niet onderschat worden: het zijn tussenstappen die dankbaar in gebruik worden genomen door bijen, insecten en de natuur in haar geheel. Reken daarbij het groeiende bewustzijn en de transformatie van onze privé tuinen tot waardevol groen en we geven fauna en flora ook in de stad de mogelijkheid om uit te groeien tot een heus natuurareaal", vertelt Arne. “Kortom: een park zoals in Jardin G. heeft een wezenlijke functie, ook sociaal: zelfs de privé tuinen – grofweg een vierde van de site – kijken allemaal uit op het park, wat de interactie tussen de bewoners zal bevorderen. Tegelijk is het een rustig gebied, want het werd volledig autoluw gemaakt. Op die manier creëren we meerwaarde voor de bewoner, de bezoeker én de passant.

Conclusie

Mee met de snelgroeiende bevolking groeit ook evenredig de vraag naar kwalitatieve huisvesting. Alleen: als iedereen in het groen wil gaan wonen, blijft er op termijn nauwelijks nog een snipper natuur over. Om niet langer de open ruimtes tussen de steden te moeten aansnijden en de druk op ruimtelijke ordening te verlichten, kijken we naar de stadsrand om winst te boeken. Daar zien we hoe kleine en hechte woonkernen op mensenmaat verschillende functies (zoals winkelen, horeca, onderwijs, cultuur en natuur) combineren en mensen makkelijk te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer van en naar het stadscentrum brengen. Ook stadsmoestuintjes en parken vinden er hun plek. Een dorp binnen de stad: ook Jardin G. mikt op dat soort van woonbeleving. Niet alleen omdat het volledig futureproof is, maar omdat het bovenal een gevoel van samenhorigheid met zich meebrengt.