13 juni 2022

Cohousing, of toch maar liever lekker privé?

In deze blog gaan we op stap langs de grens tussen samen en alleen. Steeds meer mensen gaan op zoek naar manieren om een woning te delen of met andere gezinnen een cohousingproject op poten te zetten. Vooral het sociale en solidaire aspect spreekt ze aan, en ook financieel vallen er voordelen te rapen. Schuilen er dan geen valkuilen in en is het colivingpad enkel bezaaid met rozen? En zijn de positieve effecten wel voor iedereen weggelegd?

Tot voor kort deelde Céline Schepers met twee jonge vrouwen een drieslaapkamerappartement in het Antwerpse. Een leuke Facebookpost over een kamer die daar vrijkwam, deed haar destijds ‘solliciteren’, de instantklik met de twee andere bewoonsters deed de rest. “Ik hield een bijzonder aangenaam gevoel over aan dat eerste gesprek, maar samenwonen is natuurlijk nog andere koek. Gelukkig is dat bijzonder goed meegevallen, zelfs tijdens de opeenvolgende lockdowns waarbij we hoofdzakelijk van thuis uit moesten werken. Het hielp natuurlijk dat we ons konden terugtrekken in onze eigen kamer wanneer dat nodig was, maar evengoed kon een babbel in de gemeenschappelijke ruimte of samen eten zo’n deugd doen. Dat onze interesses gelijkliepen en we vaak zelfs dezelfde series volgden op tv droeg er uiteraard ook toe bij dat we in harmonie samenhuisden. In dat opzicht verschilt cohousing sterk van anoniem huren in een appartementsblok: de selectie van de cohousers gebeurt zorgvuldig, de match met gelijkgestemden maakt het verschil.”

[

Ook het kunnen delen van de kosten maakt coliving voor jonge mensen steeds populairder.

 

]
Céline Schepers

Opnieuw jong

“Het klopt dat in het merendeel van de gevallen cohousing als zeer positief wordt ervaren”, vertelt Lode Godderis, hoogleraar aan het Centrum voor Omgeving en Gezondheid van de KU Leuven. “Mensen ervaren er sociale steun en een gevoel van samenhorigheid. Ze weten zich omringd door een gemeenschap of worden gedragen door een netwerk. Dat draagt zeker bij tot een beter mentaal welzijn. Een ander voordeel is het gevoel van veiligheid, zowel op sociaal als emotioneel en economisch vlak, met een significante impact op de levenskwaliteit en de gezondheid tot gevolg. Medebewoners houden een oogje in het zeil en zullen afwijkend gedrag sneller signaleren. Gaat het wat moeilijk, dan ligt de drempel om een babbeltje te slaan met mensen die je dagelijks ziet ook lager. Voor oudere generaties speelt dat element nog meer, want de nood aan zekerheid en sociale steun neemt toe met de leeftijd.”

“Omdat in een cohousingproject vaak verschillende generaties samenleven, kunnen ouderen langer zelfstandig blijven én zich opnieuw jong voelen”, stelde Anke Henrotte vast tijdens haar bachelorproef over cohousing. “Er is meer mantelzorg zonder het mantelzorg te noemen. Dat maakt dat senioren hun autonomie langer behouden en de optie rusthuis pas later wordt aangevinkt.” Toch blijft Lode Godderis voorzichtig: “Voorlopig is er nog maar beperkt onderzoek gedaan naar de effecten van cowonen. Over het minimum aan privacy dat een mens nodig heeft, weten we bijvoorbeeld nog maar weinig. We moeten ook opletten voor de selectiebias: omdat vooral mensen die houden van andermans gezelschap deelnemen aan zo’n project, ligt het voor de hand dat ze zich daar goed bij voelen. Veralgemenen is dus gevaarlijk.”

[

Eenzaamheid wordt weleens dodelijker dan roken genoemd. In 2018 gaven cijfers aan dat bijna de helft van de Belgen zich eenzaam voelt.

]

VIER GENERATIES ONDER ÉÉN DAK

Eenzaamheid wordt weleens dodelijker dan roken genoemd. In 2018 gaven cijfers van het Nationaal Geluksonderzoek aan dat bijna de helft (46 procent) van de Belgen zich eenzaam voelt. Op de Nederlandse website ‘Meer over medisch’ van medisch journalist René Steenhorst vertelt de Zweedse arts Bertil Marklund het volgende: “Uit wetenschap- pelijk onderzoek blijkt dat het sterftecijfer onder eenzamen hoger ligt: niet alleen neemt het risico op een hartinfarct met 30 procent toe, de kans op alzheimer verdubbelt zelfs.” Als specialist in de volksgezondheid aan de Universiteit van Göteborg doet Marklund al jaren onderzoek naar de impact van eenzaamheid op de mens. “Het gevoel nergens bij te horen heeft minstens zo’n grote impact op de gezondheid als roken, stress of hoge bloeddruk. Als we daarentegen tijd kunnen doorbrengen met familie of vrienden, dan voelen we ons geliefd en gesterkt. Hoe meer we met elkaar delen, hoe gezonder we zijn: het lichaam maakt dan gelukshormonen aan, terwijl cortisol en ontstekingen dalen. Dat is goed voor het immuunsysteem. Je herstelt zelfs sneller van ziekte en je leeft langer.”

Nergens werd dat beter aangetoond dan in Roseto, een stadje in Pennsylvania. Hoewel de Italiaanse immigranten er zich hadden aangepast aan de Amerikaanse levensstijl van veel vet eten, roken en drinken, kwam hartfalen er nauwelijks voor. “Wat ze beschermde, bleek elkaars gezelschap te zijn”, legt Lode Godderis uit. “Jong en oud leefden samen, in veel huishoudens woonden vier generaties van een familie onder één dak. Roseto leefde, at, dronk en werkte als een eenheid. Dat Roseto-effect – de positieve impact op onze gezondheid wanneer we in een gemeenschap voor elkaar zorgen – zijn we met z’n allen vergeten. Cohousing kan daar voor een stuk een antwoord op bieden, meer bepaald de combinatie van gemeenschappelijke ruimtes om anderen te ontmoeten en betekenisvolle relaties aan te knopen met een eigen plek waar je, alleen of met het gezin, tijd kan doorbrengen wanneer je dat wil.” Anke Henrotte: “Kinderen spelen er meer samen – wat goed is voor hun ontwikkeling –, maar ook voor volwassenen is cohousing een mooie leerschool. We praten tegenwoordig te weinig met elkaar, en in zo’n samenwoningsvorm moet je wel communiceren en overleggen.” Dat kan Céline Schepers alleen maar be- vestigen: “Viel er iets te bespreken, dan gooiden we dat direct op tafel, vrij informeel, zonder daarvoor een vergadering te beleggen. Heel soepel en organisch, al besef ik dat zoiets in grotere cohousingprojecten meer structureel dient te gebeuren. Ook de taalbarrière – mijn broer deelt in Brussel een huis met zes anderen – kan dan een struikelblok vormen, al kan je dat evengoed als een troef zien.”

Sociale controle

Zijn er dan geen nadelen verbonden aan coliving? “Zeker wel”, bevestigt Lode Godderis. “Dat heeft de covidpandemie zeer duidelijk gemaakt: een deel van de bevolking kwijnde weg doordat sociale contacten wegvielen, het andere, meer introverte deel leefde op. Niet iedereen heeft nood aan voortdurende menselijke aanwezigheid. En sociale steun kan fijn zijn, maar de grens met sociale controle is soms flinterdun.” Anke Henrotte ziet nog obstakels: “Hoewel veel mensen juist in een cohousingproject stappen omwille van de financiële voordelen – een grotere tuin, of gemeenschappelijke bezittingen zoals gedeelde wasmachines – is het niet altijd de goedkoopste woonoptie. Soms is het leven in een cohousingproject zelfs duurder dan wonen in een traditionele woonst of nieuwbouw. Het maakt cohousing- projecten moeilijk toegankelijk voor bijvoorbeeld kansarme gezinnen.” Céline Schepers nuanceert: “Er bestaan natuurlijk diverse vormen van cowonen. Pas afgestudeerde en single werknemers slagen er zelden in de aankoop of zelfs maar de huur van een flat of huis alleen te dragen. Niet alleen het gezelschap, ook het kunnen delen van de kosten maakt coliving voor jonge mensen steeds populairder, getuige de grote vraag die het aanbod voorlopig niet kan bijbenen.”

In een woongemeenschap neemt het individu een even centrale plaats is als de gemeenschap zelf. Dat is voor veel mensen wennen. Ook de vraag hoe je omgaat met culturele of individuele verschillen, met misverstanden of conflicten dringt zich op. Is het volledige project doordacht en wordt het gedragen door de hele groep? Werden de krijtlijnen over wat gemeenschappelijk en privé is voldoende uitgetekend? Dat alles vraagt veel voorbereiding, denkwerk, openheid en engagement van alle bewoners, en die traagheid bij besluitvorming en oplossingsgericht handelen is niet voor iedereen weg- gelegd. Het verloop van bewoners kan ook aanleiding geven tot spanningen of de cohesie ondermijnen. “Onze cohousing liep ten einde toen mijn medebewoners met hun vriend gingen samenwonen”, besluit Céline Schepers. “Jammer, maar begrijpelijk. Ik blijf in ieder geval op zoek gaan naar dezelfde woonvorm. De eventuele nadelen wegen voor mij niet op tegen de vele voordelen.”